akupuntur - cees freke

of 98/98
fcyuáfio lutóu. koor Cees Freke

Post on 29-Oct-2015

174 views

Category:

Documents

11 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

  • fcyufio lutu.

    koor

    Cees Freke

  • 2

    Kyusho Jutsu.

    door

    Cees Freke

    Copyright 2002 Cees Freke, Leiden, Nederland.

    Alle rechten voorbehouden.

    Uit deze uitgave mag niets worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel

    van fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke

    toestemming van de schrijver en/of uitgever.

  • 3

    Curriculum sensei Cees Freke.

    Geboren 09 juli 1941 te Katwijk a/d Rijn in Nederland. Cees Freke is 2e dan aikibudo, 3

    e dan

    aikijutsu en assistent instructeur kyusho jutsu. Cees Freke

    studeerde aikibudo en aikijutsu bij Cees de Jongh en

    aikijujutsu bij Jan Janssens in Belgi. Ook volgde hij stages

    aikibudo bij Alain Floquet en M. Harmant in Frankrijk; en

    stages aikido bij meerdere bekende Japanse aikido sensei.

    Daarnaast beoefende Cees Freke de zwaardkunststijl Tenshin

    Shoden Katori Shinto Ryu bij Erik Louw, 4e dan Aikikai aikido

    en 4e dan Katori Shinto Ryu, in Amsterdam en Jan Janssens in

    Belgi. Tevens volgde hij jarenlang stages bij sensei Goro

    Hatakeyama, menkyo kaiden Katori Shinto Ryu en hoofdleraar

    in de dojo van wijlen Yoshio Sugino in Japan.

    Ook volgt Cees Freke stages kyusho jutsu (drukpunten jutsu)

    bij de bekende Engelse 7e dan karate P.M.V. (Vince) Morris en

    de Australier Patrick McCarthy 7e dan karate. Verder heeft

    Cees Freke lessen jujutsu en judo gevolgd bij de bekende

    budoka Louis Marchant in Boskoop, o.a. 5e dan judo en 5

    e dan

    jujutsu.

    Tenslotte volgde Cees Freke cursussen shiatsu therapie en beoefent hij reiki volgens de Usui methode 1

    e niveau.

  • 4

    Inhoud.

    Algemeen.

    Geschiedenis.

    Relatie Acupunctuur- c.q.pressuur en Kyusho Jutsu.

    Kyusho Jutsu.

    Kuatsu.

    Traditionele Chinese Geneeskunde.

    Qi.

    Yin en Yang.

    De 5 Elementen.

    De Meridianen.

    De Meridianen en de Actieve Punten.

    Blaas.

    Dikke Darm.

    Dunne Darm.

    Galblaas.

    Hart.

    Lever.

    Long.

    Maag.

    Milt.

    Nier.

    Pericardium.

    3Voudige Verwarmer.

    Conceptievat.

    Gouverneurvat.

    Qi en de Westerse Wetenschap.

    Elementen van het Lichaam.

    Het Meridiaansysteem.

    Pagina 04.

    Pagina 05.

    Pagina 06.

    Pagina 12.

    Pagina 13.

    Pagina 15.

    Pagina 18.

    Pagina 19.

    Pagina 21.

    Pagina 23.

    Pagina 25.

    Pagina 27.

    Pagina 28.

    Pagina 30.

    Pagina 32.

    Pagina 34.

    Pagina 36.

    Pagina 38.

    Pagina 40.

    Pagina 42.

    Pagina 44.

    Pagina 46.

    Pagina 48.

    Pagina 50.

    Pagina 52.

    Pagina 54.

    Pagina 56.

    Pagina 67.

    Pagina 75.

  • Verantwoording Pagina

    94.

  • 5

    Wanneer het leven zegeviert is er geboorte; Wordt het

    gedwarsboomd, is er dood. Een krijger bevindt zich in

    een permanente strijd Op leven en dood voor Vrede.

    Morihei Ueshiba.

    Algemeen.

    Kyusho-jutsu, tezamen met de Tuite technieken, kan worden omschreven als: de vaardigheid in

    het manipuleren van de actieve punten in het lichaam van een tegenstander, met als doel een

    aanval te neutraliseren, waardoor de verdediger controle verkrijgt over de aanvaller en zodoende

    de situatie beheerst.

    Kyusho: vitale (druk) punten in het lichaam.

    Tuite: grijpen van, slaan op, of wrijven van de vitale punten.

    Doel: het bereiken van een maximaal effect, met minimale inspanningen.

    Kyusho-jutsu maakt het een bekwaam beoefenaar mogelijk om zeer effectieve verdedigings

    technieken uit te voeren, ongeacht leeftijd, lichamelijke grootte en kracht.

    In feite is kyusho jutsu een paradox, ontstaan uit een geneeskunst. Kyusho jutsu heeft ook nooit

    een zelfstandig bestaan verworven in de krijgskunsten, altijd is en wordt het gezien in samenhang

    met de traditionele Chinese geneeskunst. Overigens zal dat de kyusho jujutsuka niet verontrusten,

    die heeft gewoonlijk belangstelling voor beide vaardigheden; het kyusho jutsu beoefenen en zich

    de traditionele Chinese geneeskunst eigen maken.

    Kennis wordt in de praktijk gebracht. Zo is het nu en was het in oeroude tijden. De krijger op het

    slagveld past(e) kyusho jutsu toe in de verdediging en gewonde makkers werden/worden met

    behulp van acupressuur weer op de been geholpen.

    Veelal wordt kyusho geassocieerd met karate, doch dit is evenwel schijn zoals uit het hierna

    volgende zal blijken. De vaardigheid om actieve punten te manipuleren kan in alle

    krijgsdisciplines worden toegepast, dit met inbegrip van de wapenkunsten.

    In dit werk zijn tevens een aantal teksten opgenomen van Theo de Gelaen. De teksten

    behandelen onderwerpen als de westerse benadering van qi, de elementen van het lichaam en het

    meridiaansysteem. Voor verdieping van de kennis over deze onderwerpen is het welhaast

    verplichte kost.

    Theo de Gelaen studeerde ondermeer toegepaste psychologie en neurologie. Hij is docent sociale

    en humane vaardigheden en hoofdinstructeur Shintaido. Houder 3e dan Shito Ryu. Auteur van

    diverse boeken omtrent weerbaarheid.

  • 6

    Geschiedenis.

    De oorsprong van de acupunctuur ligt in de grijze oudheid. Als uitvinder ervan geldt de

    legendarische Huang Ti, de Gele Keizer. Volgens de sage leefde Huang Ti van 2674 tot 2575

    v. Chr. De naar het heet 100 jaar oud geworden monarch zou in de loop van zijn lange leven

    behalve de acupunctuur, de wagen en het geld hebben uitgevonden; de muziek

    in een systeem hebben ondergebracht en als eerste de gesternten

    wetenschappelijk hebben bestudeerd. Bewijzen voor deze beweringen zijn niet

    voorhanden. Wel bewezen is de vijfduizend jaar oude geschiedenis van de

    acupunctuur.. Van zijn hand zou ook de Nei Jing Su Wen zijn, het klassieke

    geschrift over interne geneeskunde. Op talrijke plaatsen in China hebben

    archeologen acupunctuur-instrumenten gevonden. De oudsten zijn van steen

    vervaardigd en afkomstig uit de grijze voortijd, vr Huang Ti regeerde. De

    oudste leerboeken van de acupunctuur zijn tweeduizend jaar oud. Ze

    beschrijven de methode zo aanschouwelijk, dat ze nog in deze tijd als

    grondslag van het therapeutisch handelen zouden kunnen dienen. Aan de

    wezenlijke beginselen van de acupunctuur is tijdens de duizenden jaren oude

    geschiedenis niets veranderd. Wel zijn intussen de theoretische verklaringen en de filosofische

    fundering, die de oude Chinezen aan deze geneeswijze gaven, gewijzigd.

    In de Nei Jing Su Wen wordt melding gemaakt dat tijdens de regering van Huang Ti bian shi

    (stenen sondes of peilstiften) werden gebruikt voor herstel van de qi circulatie bij mensen. Een

    ander geschrift is de Jin Kui Yao Lue (recepten uit de gouden kamer) van Zhang Zhong-Jing.

    In het werk wordt het gebruik van ademhaling en acupunctuur voor een goede qi stroom

    behandeld.

    En van de eerste verwijzingen naar de krijgskunsten in China is van Kuao-Yee (ca. 200 na Chr.).

    Hij zou de krijgskunst stijl Chang-Shou Chuan (= lange arm of lange vuist) hebben gecreerd.

    Een andere verwijzing is naar Hua-To (ca 190-265 na Chr.), een geneesheer die een studie

    maakte van de dieren in de bossen. Hij ontwikkelde een serie oefeningen ter verbetering van de

    gezondheid van zijn patinten door de bewegingen van de dieren na te bootsen. Ook paste hij

    acupunctuur als kunstmatige verdoving toe bij operaties.

    Geen verhaal over krijgskunsten is complete zonder het verhaal van Bodhidharma. Bodhidharma,

    de eerste Chinese patriarch in China (ca. 460-534), 28e patriarch na Boeddha. Hij zou de zoon

    zijn van een vorst uit Zuid-India. Althans volgens de legende. Hij behoorde tot de Lanka

    school, hetwelk later bekend werd als zen. De belangrijkste leer van de Lanka was de

    Lankavatara sutra. Het hield de studie in van de geest, zowel de natuurlijke als de

    gevolueerde. Toen hij in China arriveerde om de Boeddhistische leer te verspreiden, werd hij

    door de keizer Liang Wu Ti aan het hof ontboden. De vragen van de keizer kon hij evenwel niet

    naar diens tevredenheid beantwoorden en daarom werd hij door de keizer heengezonden.

    Bodhidharma vertrok naar de Hunan provincie in Zuid China en naar de Shaolin tempel in de

    Songshan bergen. Bij zijn aankomst daar bemerkte hij dat de monniken in een slechte

    lichamelijke conditie verkeerden, waaronder hun studie en meditatie leden. De abt van het

    klooster, Fang Chang, vreesde evenwel de vernieuwende gedachte van het zenboeddhisme,

  • 7

    waaronder men de staat van verlichting kan verkrijgen in vele vormen. Deze manier om

    verlichting te verkrijgen bedreigde de strikt traditionele klassieken leerstellingen van de Shaolin

    tempel. Ook hier werd hij toen weggezonden. Onmogelijk dit te accepteren trok Bodhidharma

    zich terug in een nabijgelegen grot en zocht naar een manier om toch in contact te kunnen blijven

    met de monniken. Bodhidharma observeerde de dieren in het nabijgelegen bos en analyseerde

    hun bewegingen. Op basis daarvan ontwikkelde hij vechttechnieken, bekend als de 18 handen

    van Lo-Han. Omdat hij de monniken niet rechtstreeks kon bereiken trainde hij alleen in het bos,

    wetende dat hij geobserveerd werd vanuit de Shaolin tempel. Op die manier wist hij toch de

    monniken te benvloeden. Ook beoefende hij tweemaal per dag zittende

    meditatie gedurende twee uur per keer. Zijn vastberadenheid en

    wilskracht imponeerde de monniken en na negen jaar van eenzaamheid

    werd hij toch welkom geheten in de Shaolin tempel. Bij zich had hij ook

    twee qigong klassiekers: de Yi Jin Jing (of: Yi Gin Ching =

    spieren/pezen verandering) en Xi Sui Jing (of: Shii Soei Ching =

    merg/hersen wassing). De spieren/pezen verandering klassieker leerde de

    priesters op welke wijze men gezondheid kan verkrijgen en hoe zwakke

    lichamen sterk kunnen worden. De merg/hersen wassing

    klassieker leerde hoe met behulp van qi het ruggenmerg gereinigd en het

    bloed- en immuun systeem versterkt kan worden. Tevens kon met behulp van qi de hersenen

    verrijkt worden en leiden tot verlichting. De merg/hersen wassing klassieker was evenwel

    moeilijker te begrijpen en de oefeningen waren in de praktijk niet eenvoudig toe te passen. Reden

    om de methoden in het geheim over te dragen aan slechts enkele uitverkorenen in elke generatie.

    De spieren/pezen verandering oefeningen leidde bij de priesters tot een betere gezondheid en ook

    hun krachten namen aanzienlijk toe. De integratie van de qi oefeningen

    met de krijgskunstoefeningen leidde tot een grotere efficiency van de technieken. In aanvulling

    op de krijgskundige qigong training ontwikkelden de Shaolin priesters vijf kungfu stijlen die

    waren gebaseerd op de manier waarop dieren vechten. De dieren die werden gemiteerd waren: de

    tijger, de luipaard, de draak, de slang en de kraanvogel. De stijl is bekend geworden als: het

    shaolin chan fa (Shaolin tempel boksen).

    De Japanse naam van Bodhidharma is Daruma en de Chinese: Ta-mo. De naam

    Bodhidharma is een samenstel van de woorden: bodhi = verlichting en dharma =

    wet/waarheid.

    De krijgskunstenaar en acupuncturist Chang San-Feng (circa 1200 na Chr.) begon een onderzoek

    naar de actieve punten in een poging een vorm van zelfverdediging te creren dat

    hem in staat stelde om met minimale inspanning een tegenstander te kunnen

    controleren. Bij zijn onderzoek ontdekte Chang San-Feng dat bij het activeren van

    bepaalde punten door drukken, knijpen of slaan, dit op andere punten een hachelijker

    effect gaf dan manipulatie van dat (specifieke) punt alleen. De legende wil dat Chang

    San-Feng en zijn leerlingen hun theorien uitprobeerden op veroordeelde

    misdadigers. Om de principes van manipulatie van de actieve punten over te dragen

    op leerlingen ontwikkelde Chang San-Feng een serie van technieken (kata of quan),

    gebaseerd op zijn kennis van het Shaolin Gongfu. Hij zou de bewegingen van de

    slang en de kraanvogel hebben gecombineerd met qigong meditatie technieken. Men

    neemt tegenwoordig aan dat de stijl van Chang

    San-Feng heeft geleid tot wat men vandaag de dag verstaat onder Tai Chi Chuan.

  • 8

    In 1026 na Chr. werd de beroemde koperen man (Tong-Ren) voor acupunctuur ontworpen en

    gebouwd door Dr. Wang Wei-Yi. Voor die tijd werden de vele publicaties over acupunctuur

    theorien en aanverwante zaken wel bediscussieerd, doch bleven vele punten onduidelijk. Toen

    Dr. Wang zijn koperen man bouwde, schreef hij ook een boek genaamd Tong Ren Yu Xue Zhen

    Jiu Tu (illustratie van de koperen man acupunctuur en moxibustie). Hij beschreef de relatie van

    de 12 organen de 12 qi kanalen, verduidelijkte de vele punten waarover verwarring bestond en,

    voor de eerste keer, organiseerde systematisch de acupunctuur theorie en principes.

    In 1034 na Chr. paste Dr. Wang acupunctuur toe om de Keizer Ren Zong te genezen. Het gevolg

    was dat meer onderzoek werd gedaan naar medische toepassingen. De Keizer bouwde een tempel

    voor Bian Que, die de Nan Jing schreef. De Keizer vereerde hem als de stamvader van de

    acupunctuur. Acupunctuur technieken kwamen zelf zozeer tot ontwikkeling dat zelfs het Jin volk

    in het verre noorden om de koperen man en andere acupunctuur technieken vroegen als

    voorwaarden voor vrede. Tussen 1102 en 1106 na Chr. ontleedde Dr. Wang de lichamen van

    gevangenen en voegde de aldus verkregen informatie toe aan het geschrift de Ndo-inddo-in-inan

    Jing. Het werk droeg aanzienlijk bij aan de toename van kennis betreffende de Chinese

    geneeskunst; door een helder en systematisch inzicht in de circulatie van qi in het menselijke

    lichaam.

    Generaal Yueh Fei (1127-1279 na Chr.) heeft de stijl Hsing-I ontwikkeld, hetgeen betekent

    vorm van de geest. Hij zou tevens de adelaars stijl hebben bedacht. Ook is hij degene geweest

    die de befaamde oefeningen Acht vormen van Brokaat heeft ontwikkeld om zijn soldaten in

    goede conditie te houden.

    Pa Kua Chuan, hetwelk betekent Acht Trigrammen is ontwikkelt door Doong Hae-Chuan,

    ergens gedurende de Ching Dynastie (1644-1911 na Chr.). Het legt de nadruk op circulaire en

    lineaire houdingen. Veel van de bewegingen hebben de namen van dieren. Van alle interne stijlen

    is het de meest betrokken met de fysieke aspecten van de krijgskunsten.

    Gedurende de Ming dynastie (1366-1644) werden ook andere gevechtssystemen ontwikkeld,

    gebaseerd op manipulatie van de (verboden) vitale punten.

    Bij twee gelegenheden in de geschiedenis van de Ryukyu eilanden werden wapens door de

    overheid verboden. De eerste was ongeveer in de 16e eeuw en de tweede in de 18

    e eeuw. Echter,

    deze twee verboden hebben geen belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het karate.

    Het eerste wapenverbod was tijdens de zogenaamde periode van de Federatie van Drie

    Koninkrijken. (Waarschijnlijk is dit een legendarisch verhaal wat terug te vinden is in het boek

    van de Chinees Ba Kin, de Camelia Sprookjes van de halve maan). Tot aan het begin van de

    vijftiende eeuw waren de Ryukyu eilanden verdeeld in drie onafhankelijke koninkrijken. Deze

    waren genaamd Chuzan, Nanzan en Hokuzan. Elk wilde over de ander regeren, tot uiteindelijk

    Chuzan er voor zorgde dat de koninkrijken werden verenigd in n rijk, onder de koning Sho

    Hashi de Grote (1372-1439). Onmiddellijk na de vereniging stelde hij een niet-militaire overheid

    in. Na die tijd werden scholen gesticht om het analfabetisme te bestrijden. Hij stelde een

    wapenverbod in, dit hield ook in dat men zelfs niet in het bezit van een wapen mocht zijn. De

  • 9

    volgende twee eeuwen beleefde het rijk een aanhoudende vrede. In 1609 werden het koninkrijk

    aangevallen door de militaire heersers van Satsuma, een eilandengroep ten zuiden van de Ryukyu

    eilanden, onder leiding van Shimazu clan. Zij waren ervan overtuigd dat de Ryukyu eilanden hun

    eigendom waren. Dit gebeurde tijdens de Japanse Sengoku periode (Burgeroorlog 1467-1568).

    De Shimazu familie kreeg dit land snel in handen, en wederom werden wapens in de ban gedaan.

    Alleen de adel en hogere klassen mochten wel wapens dragen en gebruiken. De meeste historici

    zijn er van overtuigd dat in deze periode het karate, een unieke vorm van het wapenloos gevecht,

    is gecreerd. Vr deze periode werd het ongewapend gevecht wel beoefend, maar een echte

    noodzaak was er toen niet.

    Okinawa dreef in die periode veel handel met Zuid-China (Fukien). Een logisch gevolg daarvan

    was dat het Chinese Kenpo (vuistmethode) in Okinawa werd gemporteerd. Het Kenpo kende

    vele stijlen die ontwikkeld zijn door kloosters en families, nu ook wel Kungfu genoemd. Het

    karate in die tijd kende eigenlijk twee oude vormen, het To-de en Okinawa-te.

    In 1447 werd in Japan de nog steeds bestaande Tenshin Shoden Katori Shinto Ryu gesticht

    door Iizasa Choisai Ienao Sensei. De opzet van de school is studenten op te leiden tot

    zwaardvechters die bekwaam zijn in alle

    krijgskunsten, varirend van wapentechnieken tot

    tactische, logistieke en zelfs geneeskundige kennis.

    De Katori Shint Ry behoort tot de krijgskunsten

    die aangeduid worden als Kobujutsu (oude

    krijgskunsten (oud is voor 1500). In de periode van

    het ontstaan van de Katori Shint Ry werd op de

    slagvelden nog helm en harnas gedragen katchu of

    ook wel kabuto yoroi genoemd. In tegenstelling tot

    de middeleeuwse harnassen van de Europese

    ridders waren de Japanse zo gemaakt dat zij de

    drager een grote

    mate van mobiliteit verschaften. Om die

    beweeglijkheid mogelijk te maken was het

    onvermijdelijk om enkele delen van het lichaam onbedekt te laten.

    De Omote waza (de basistechnieken) zijn dan ook gericht op de zwakke plekken in de

    wapenrusting. Die kwetsbare delen zijn: de zijkant van de nek, de oksel, de armen en polsen, het

    midden van het lichaam (do), de liezen, de binnenkant van de dijen, de enkels en de knien. Op al

    deze plaatsen is de wapenrusting open en juist daar bevinden zich belangrijke

    actieve punten van het lichaam. Op de Katori Shinto Ryu kyusho kaart zijn de

    actieve punten duidelijk aangegeven, waarbij het klaar is dat kyusho jutsu tot het

    curriculum behoort van deze ryu. Overigens, ook de hierna genoemde samurai

    Muso Gonnosuke was ooit student aan deze ryu en van Miyamoto Musashi is

    bekend dat hij deze ryu heeft bezocht op zoek naar satori (= verlichting).

    Aannemelijk is dat hij dan ook daar wel aan de trainingen zal hebben

    deelgenomen.

    Van Miyamoto Musashi (1584-1645), Japans meest beroemde zwaardvechter is

    bekend dat hij op 30 jarige leeftijd al meer dan 30 duels had gewonnen. Slecht

    n duel verloor hij, tegen de stokvechter Muso Gonnosuke. De meeste van

  • 10

    Musashis tegenstanders stierven tijdens, of als gevolg van het duel. Ook is bekend dat hij vele

    van de duels uitvocht met de bokken - het houten zwaard. Een duel winnen met de bokken

    impliceert dat Musashi de slagen toegebracht moet hebben op de vitale punten, zodoende snel en

    afdoende het gevecht beindigende. Tweemaal vocht Musashi een duel uit met Muso Gonnosuke.

    De eerste keer duelleerden ze terwijl Muso Gonnosuke met een vier voet lange bokken vocht en

    Musashi met een wilgenstok die hij toevalligerwijs aan het snijden was. Musashi won het duel.

    De tweede keer was Muso Gonnosuke gewapend met de jo en nu verloor Musashi. Muso

    Gonnosuke is stichter van de krijgskunsttraditie Shinto Muso ryu. Van deze krijgskunst traditie

    is het bekend dat het kyusho jutsu tot het curriculum behoort.

    De Chinese krijgskunsten bereikten tenslotte Japan via verscheidene wegen. En van de personen

    die genoemd worden is Chen Yuanbin (Chin Genpin in het Japans, 1587-1671) uit Hangzhou. Hij

    reisde naar Nagasaki en wat later trad hij in dienst van de Owari familie in de Nagoya area. Er is

    onder kenners enige twijfel of hij wel een krijgskunstenaar was, mondelinge overleveringen

    zeggen dat hij les gaf in quan-fa en chin-na aan tenminste drie personen, te weten: Fukuno

    Shichiroemon, Miura Yojiemon en Isogai Jirozaemon, die elk weer hun eigen systemen van

    jujutsu ontwikkelden met o.a. atemi-waza naar de vitale punten.

    Op Okinawa werd de Bubishi, gewoonlijk ook wel genoemd de Bijbel van het

    Karate, n van de belangrijkste bronnen voor de overdracht van krijgskunsten

    welke gebruikmaken van kennis van de vitale punten. De Bubishi refereert

    zowel aan de specifieke vitale punten, als aan de algemene gebieden die

    kwetsbaar zijn om te worden getraumatiseerd.

    Bij gebrek aan op schrift vastgelegde overleveringen m.b.t het karate van

    Ryukyu eilanden (zg. Okinawa karate), moeten we aannemen dat de

    kennisoverdracht voornamelijk mondeling en door oefening plaatsvond. In de

    mokuroku (geschreven bronnen) van de Japanse krijgskunst tradities bevinden zich wel kaarten

    van de vitale punten, doch dergelijke mokuroku behoorden gewoonlijk tot de zg. geheime

    tradities.

    Tijdens de Taisho tijdperk (1912-1926) introduceerde Gishin Funakoshi

    (1868-1957) het Okinawa karate op het vasteland van Japan. Evenwel Funakoshi

    onderwees het kyoshu jutsu niet openlijk aan het grote publiek. Zelfs zijn senior

    leerlingen instrueerde hij niet in het kyusho jutsu. Funakoshi was de opvatting

    toegedaan dat kata zo eenvoudig mogelijk moesten zijn. In het begin van 1900

    ontwikkelde Funakoshis leraar, Anko Itosu, de 5 Pinan kata die vervolgens deel

    gingen uitmaken van het Okinawaanse schoolsysteem.

    Het is duidelijk dat Funakoshi en anderen een karate

    onderwezen waaruit alle gevaarlijke technieken waren

    verwijderd. Klaarblijkelijk behoorde kennis van de actieve

    punten ook in die tijd nog tot de geheime technieken.

    Zelfs de zg. Funakoshi kaart die werd gepubliceerd in de

    Karatedo Kyohan in 1935 is niet van Okinawaanse oorsprong.

    De kaart zou een geschenk aan Gishin Funakoshi zijn van zijn

  • 11

    student Otsuka Hironon, 4e generatie Shindo Yoshinryu Jujutsu en stichter van de Wadoryu

    Karatedo. Het zou dezelfde kaart zijn die werd gebruikt n de Shindo Yoshinryu jujutsu traditie.

    De kaart werd aan Funakoshi geschonken bij gelegenheid van de publicatie van het hiervoor

    genoemde boek Karatedo Kyohan.

    Judo werd door Jigoro Kano (1860-1938) ontwikkeld uit oudere jujutsu

    stijlen. Van Kano s bekend dat hij alie gevaarhjke techmeken verwijderde

    uit het curriculum van het judo. Praktisch gezien transformeerde Kano de

    praktijk van manipuleren van kyusho techmeken tot kata, waardoor het met

    meer nodig was te slaan naar de actieve punten van een tegenstander.

    Monhei Ueshiba (1883-1969) transformeerde het oudere aikijujutsu tot het

    moderne aikido, een naam die het eerst n 1942 kreeg. Hij onderwees zijn snior leerhngen in

    gaeshi-waza Dit zijn

    I vloeiende overname techmeken, waarbij vooral de gewrichten het

    doelwit zijn. De techmeken werden door hem overgedragen ais

    een geheime handleiding, waardoor zijn leidende discipelen

    onverslaanbaar werden tijdens demonstraties die zij later gaven.

    Duidehjk is ook dat deze techmeken in het aikido door Ueshiba

    geheim werden gehouden voor de lager gegradueerden. De snior

    studenten moesten duidehjk supeneur zijn aan de jnior studenten.

    Het was zelfs zo dat de geheime techmeken in het geheel met aan

    buitenlandse studenten werden onderwezen. Dit bhjkt o.a andere uit

    zijn priv pubhcatie n 1938 van Budo waann de waarschuwing

    wordt gegeven: deze handleiding dient niet te worden getoond

    aan niet-Japanners .

    Van Ueshiba wordt ook verhaald over een voorval gedurende zijn

    verbhjf n Mongoli. Het schijnt dat Ueshiba chinkon-kishin

    techmeken beoefende op zieken. Chinkon-kishin zijn meditatie

    techmeken die worden beoefend door de Omoto Boeddhistische

    sekte waartoe ook Ueshiba behoorde. Ais hij vervolgens zijn

    handen op stevig gebouwde Mongoolse knjgers legde klapten die meen alsof de benen onder hen

    werden weggeslagen. De Mongolen hadden met door dat hij hun actieve punten beroerde.

    Het toepassen van kyusho speelde een belangnjke rol n de knjgskunst van Ueshiba Het s

    derhalve met verwonderlijk dat de kunst van kyusho jutsu met werd geleerd aan buitenlanders.

    Ueshibas vaardigheden om door slechts emand aan te raken, die persoon in elkaar te laten

    storten, moet een wonder hebben geleken.

    In boeken over aikido leest men nooit over zoiets specifieks ais actieve punten en de vaardigheid

    van Ueshiba daann. Onveranderhjk evenwel wordt gezegd een atemi-waza (= slag naar de vtale

    punten) toe te passen, voorafgaande aan de uitvoenng van een techmek.

    Opmerkehjk is een tekst in het Japans van ene Mr. Hashimoto. Deze tekst geeft een vergelijking

    van 27 kyusho punten die in het aikido worden toegepast, met dezelfde punten in de acupunctuur.

  • De hjst vermeld tevens de aikidobenamingen en de acupunctuurbenamingen.

  • 12

    Relatie Acupunctuur- c.q.pressuur en Kyusho Jutsu. In de oeroude Indiase krijgskunst tradities was kennis van de actieve punten van

    het lichaam van essentieel belang. Het leven van de krijger was afhankelijk van

    zijn kennis van de actieve punten teneinde te kunnen doden, verdoven en/of

    ontwapenen van de tegenstander. Ook diende die kennis om de eigen actieve

    punten te beschermen en om verwondingen te helen met toepassing van de

    lichaamsvochten (opmerking: deze lichaamsvochten zouden het equivalent kunnen

    zijn van het concept van qi).

    Gedurende de meer dan duizend jaar dat de Chinezen de kunst van acupunctuur

    beoefenden ontdekten zij dat behandeling van zekere actieve punten niet alleen

    konden leiden tot genezing, maar ook ziekten konden veroorzaken. Behandeling

    van weer andere actieve punten konden zelfs de dood veroorzaken.

    Deze ontdekking leidde ertoe dat ook krijgskunstbeoefenaars de actieve punten als

    doelwit van verdediging gingen beschouwen. Een systeem werd ontwikkeld door Feng Yi-Yuan.

    Dit systeem maakte gebruik van de oorspronkelijke 36 punten.

    In de loop der tijden werden allerlei actieve punten ontdekt, waardoor het aantal van 36 punten

    steeg van 72 naar 108. Nieuwe kata werden ontwikkeld teneinde er voor te zorgen dat men de

    nieuw ontdekte actieve punten kon onthouden, tezamen met technieken die zorgdroegen voor een

    correcte houding en richting van aanval. Deze kata kregen namen als seisan (13), seipai (18)

    of niseishi (24), om er slechts enkelen te noemen. Sommigen geloven dat die namen het aantal

    punten van aanval aangaven.

    Met de spreiding van krijgskunsten van China via Okinawa naar

    Japan nam ook de mythe toe van de werkelijke bedoeling van kata en

    bunkai (analyse of studie van de kata) en in het bijzonder kyusho

    jutsu. Met de introductie van karate op het Japanse vasteland (Gishin

    Funakoshi) werden ook de namen van de kata gewijzigd in voor

    Japanners meer acceptabele benamingen. naifanchi werd tekki,

    seisan werd hangetsu, wahshu werd enpi etc..

    De meesters van Okinawa creerden hun technieken met gebruikmaking van hun grote kennis

    van het menselijke lichaam en geneeskunde De geneeskunde waar zij vertrouwd mee waren was

    vooral de traditionele Chinese geneeskunde. Traditionele Chinese geneeskunde vormde het

    fundament en raamwerk waarmee de meesters kata technieken ontwikkelden. De wetenschap van

    yin & yang, vijf elementen theorie, constructieve- en destructieve cirkel, vormden een

    gemeenschappelijke wetenschap van deze meesters.

    De befaamde dodelijke aanraking. Is het waarheid of legende? In China wordt beweerd dat als

    een bepaald punt van het lichaam zelfs maar licht wordt aangeraakt op de juiste tijd van de dag,

    verwonding of zelfs de dood, binnen een bepaalde tijd zal optreden. Zeker is dat de actieve

    punten op alle momenten van de dag (en nacht) kunnen worden gemanipuleerd om met gemak

    een tegenstander te kunnen controleren.

  • 13

    Kyusho Jutsu.

    Sinds oeroude tijden pasten krijgers technieken toe om een tegenstander buiten gevecht te stellen.

    Met de ontdekking van wat we nu kyusho jutsu noemen kregen die (oosterse) krijgers een

    uiterst efficint wapen in handen. Zeker in een strijd tegen gewapende tegenstanders werd de

    kennis van kyusho jutsu toegepast om een tegenstander te doden. Een vitaal punt dat werd

    geactiveerd kon er toe leiden dat het betreffende orgaan ophield te functioneren. Door

    bijvoorbeeld het hart te stoppen kon de onmiddellijke dood worden veroorzaakt. Het stoppen van

    de nieren of lever resulteerde in de dood na enige dagen. Het activeren van de solaris plexus of

    zonnevlecht (Japans: sui getsu) leidt na enige tijd tot een verstoring van het immuun systeem.

    De Chinese benaming voor kyusho jutsu is: Dim-Mak.

    Wellicht dat hier een verklaring ligt van de befaamde dodelijke aanraking danwel uitgestelde

    dodelijke aanraking.

    In essentie is een kyusho jutsu verdediging, het aanvallen van de

    actieve punten die refereren aan posities langs een van de

    (qi)meridianen van het menselijk lichaam. De actieve punten bestaan

    uit een selectie van drukpunten (Japans: tsubo, Chinees: hsueh). Het

    zijn dezelfde drukpunten die ook worden bedoeld in shiatsu en

    acupunctuur- c.q. pressuur. Sommige punten zijn zeer duidelijk

    herkenbaar, zoals de ogen, neus en geslachtsdelen. Anderen zijn

    minder zichtbaar, maar even kwetsbaar, indien geactiveerd op de

    juiste manier.

    Een moeilijkheid is dat drukpunten in het algemeen maar klein zijn en

    elk punt dient op de juiste manier te worden aangevallen, vanuit een bepaalde hoek, veelal uniek

    voor dat betreffende punt. Een andere complicatie is dat elk punt zijn eigen manier van

    manipulatie heeft. Dus slaan op-grijpen van- of wrijven van de vitale punten.

    Kyusho slagen naar de actieve punten verstoren de normale qi-stroom door de meridianen. Zoals

    een steen die in het water wordt geworpen, het water doet rimpelen; zo kan een slag naar een

    vitaal punt de stroom van qi door het meridiaan systeem bevorderen of beletten. Zon verstoring

    van de werking van het meridiaan system heeft gevolgen voor de inwendige harmonie van het

    lichaam, met als gevolg daarvan een fysiologische reactie.

    Kyusho jutsu verdedigingen, door het traumatiseren van de actieve punten van een aanvaller,

    kunnen niet alleen ernstige pijn veroorzaken, maar ook bewusteloosheid en zelfs de dood. Als

    zodanig is het effect op een aanvaller fataal. Afhankelijk van de kracht die op het vitale punt

    wordt uitgeoefend, wordt een aanvaller ontmoedigd dan wel buiten gevecht gesteld.

    Onderscheidend kan men als volgt stellen:

    Acupunctuur- pressuur staat ten dienste van genezing.

    Kyusho jutsu wordt toegepast in destructieve situaties.

  • 14

    Heden ten dage passen we kyusho jutsu toe in verdedigingssituaties. Ons doel in niet om te

    doden. Daarom als we worden aangevallen dienen we terughoudend te zijn in de verdediging.

    Niet langdurig voluit slaan op- of grijpen van een activeringspunt, maar met een korte slag op een

    vitaal punt de tegenstander uitschakelen. Is een aanvaller uitgeschakeld en eventueel buiten

    bewustzijn controleer dan onmiddellijk zn toestand en tref maatregelen tot reanimatie.

    Ook tijdens de training is het zaak om zich terughoudend op

    te stellen m.b.t. de mate van kracht die we toepassen bij het

    activeren van de vitale punten. Dit is een kwestie van het

    gezonde verstand gebruiken. Raak of tik de punten slecht licht

    aan. Denk er steeds aan dat het activeren van de actieve

    punten gevolgen kan hebben voor het (dis)functioneren van

    de desbetreffende organen. Train daarom op een rustige en

    beheerste manier en met een grote mate van accuratesse.

    Van groot belang is ook dat we niet te lang achtereen werken op activeringspunten. Langdurige

    oefensessies moeten daarom worden vermeden. Vuistregel is dat 15 minuten per week oefenen

    op activeringspunten meer dan voldoende is. Indien meer wordt geoefend in kyusho jutsu is het

    voldoende dat de activeringspunten symbolisch worden gemanipuleerd.

    Basis uitgangpunt is dat kyusho jutsu pijn kan veroorzaken. Het activeren van 2 punten

    tegelijkertijd veroorzaakt het effect dat de pijn ergens in het midden wordt gevoeld. Activeren

    van 3 punten d.m.v. een slag kan resulteren in bewusteloosheid. Er zijn slechts enkele plaatsen op

    het lichaam waar het mogelijk is met n hand 3 plaatsen tegelijk te activeren. Meestal zijn

    daarvoor beide handen vereist of 2 opeenvolgende snelle slagen met n hand. Activeren van 4

    punten gelijktijdig verstoort direct het functioneren van een orgaan. Bewusteloosheid en zelfs de

    dood kan het gevolg zijn. Daarom ook in dergelijke gevallen direct reanimeren. Activeren van 5

    nevenschikkende activeringspunten tegelijkertijd met 2 handen op de juiste manier en volgorde is

    fataal en leidt tot onherstelbare schade, zo niet de dood.

    Hou in geval van een confrontatie de volgende punten voor ogen.

    Vertrouw niet alleen op het activeren van de vitale punten. In confrontaties hebben actieve

    punten een toegevoegde waarde teneinde uit een gevaarlijke situatie te ontsnappen.

    Denk in termen van zones en lijnen waarin zich drukpunten bevinden, eerder dan in

    (specifieke) drukpunten. Dit betekent dat bij manipulatie van een zeker gebied of lijn de kans

    op het raken van een drukpunt groter zal zijn. Dit is vooral van belang in het donker.

    Tracht een zo groot mogelijk gebied te raken.

    Val niet aan op een drukpunt dat moeilijk is te bereiken als er ook een punt is dat

    gemakkelijker kan worden gemanipuleerd.

    De fundamentele principes van kyusho jutsu vereisen ook dat men een behoorlijke kennis van

    atemi- en keri waza heeft om de anatomisch gevoelige gebieden te kunnen traumatiseren

    De oorsprong van de kennis van kyusho jutsu ligt in de kennis van de traditionele Chinese

    geneeskunde, derhalve lijkt het zinvol hierna onderwerpen te behandelen die aan de kennis van

    de traditionele Chinese geneeskunde ten grondslag liggen.

  • 15

    Kuatsu.

    Naast de vechttechnieken kennen de krijgskunsten ook helende technieken kuatsu genaamd.

    Kuatsu, of ook wel katsu, is de oude kunst van reanimatie, de betekenis ervan is dan ook:

    leven geven. De kennis van kuatsu sluit nauw aan op de wetenschap van acupunctuur- pressuur

    en shiatsu.

    Wanneer we een bepaalde techniek gebruiken tegen een agressor, dan zal dat

    een zeker effect ressorteren. Dat kan van een plaatselijke, tijdelijke

    verlamming gaan tot een knock-out. Meestal herstellen die gevolgen zich

    vanzelf na een tiental minuten. Hebben we echter te hard geslagen dan kan dat

    langer duren of zullen we wat moeten helpen.

    In regel doe je hetzelfde als hierboven: sla met de vlakke hand enige

    malen op het geraakte punt; niet te hard maar ook niet te zacht en masseer

    het punt met de wijzers van de klok mee. Als we de punten in een

    bepaalde volgorde geraakt hebben, meestal is dat van de ledematen naar

    het lichaam toe, behandelen we ze nu in omgekeerde volgorde, van het

    lichaam naar de ledematen.

    Door het raken van punten kunnen er zich specifieke dingen voordoen zoals bijvoorbeeld een

    knock-out. Vooral de punten op de nek of het achterhoofd (Gb 20) kunnen daarvoor

    verantwoordelijk zijn.

    De oorzaak van knock-out is meestal dat de bloedvoorziening naar de

    hersenen tijdelijk of gedeeltelijk is onderbroken. Als dat gebeurt, leg dan

    het slachtoffer op de rug, met de benen schuin omhoog, op een stoel

    bijvoorbeeld. Hierdoor laten we het bloed maximaal terug naar het hoofd

    stromen. Geef het slachtoffer voldoende lucht door knellende kleding los

    te maken en zeker de hals vrij te maken.

    Vraag de omstanders om niet te dichtbij te komen staan en waai lucht toe met een stuk karton,

    een waaier of iets dergelijks.

    Wie meer ervaring heeft met tsubopunten kan in dit geval de punten Gv 26, Pe 9 en Ma 36

    behandelen. Hebben we te maken met een verstuiking dan leggen we zo snel mogelijk ijs op de

    plaats van verstuiken. Het lichaamsdeel zeker niet naar beneden laten hangen want dat

    veroorzaakt een dikkere zwelling. Leg het iets hoger. Stop onmiddellijk alle activiteit.

    Een eenvoudig geheugensteuntje is de ice regel:

    i = immobilisatie;

    c = contractie;

    e = elevatie. Gevorderden kunnen op zoek gaan naar de lokale punten, vooral pijnpunten

    en deze stimuleren.

  • 16

    Bij kneuzingen eveneens zo snel mogelijk ijs op leggen. Later herstellen we de qi circulatie via

    massage of moxastick (een staaf van een bepaalde stof die we door verbranding doen gloeien en

    met de gloeiende zijde op enige afstand van de te behandelen plaats houden en ronddraaien).

    Laat in ieder geval n ding duidelijk zijn. Experimenteer nooit. Roep er altijd een arts bij als het

    ernstig lijkt of in geval van twijfel. Houd het

    slachtoffer nog een tijdje in het oog, zelfs al lijkt

    het beter te gaan. Verborgen verwondingen

    kunnen zich later manifesteren. De punten die

    wij hier aangeven hebben louter een indicatieve

    waarde en vervangen nooit het bezoek aan een

    arts, tenzij ze door een bevoegd

    persoon

    behandeld werden.

    Wanneer we in een fysieke confrontatie terechtgekomen zijn, dan zullen we hoe dan ook altijd

    ergens geraakt zijn. Misschien zonder merkbare gevolgen, maar er zullen zich op dat ogenblik, zij

    het misschien minuscule, blokkades gevormd hebben. Nadien, als we rustiger worden zal de pijn

    voelbaar worden. Zoek dan die pijnpunten op en stimuleer ze door zachtjes te masseren.

    Aanvullend of als er niet direct duidelijk pijnlijke plaatsen zijn kan je de algemene qi circulatie

    bevorderen door volgende qigong oefeningen:

    Sta met voeten evenwijdig in de houding die we eerder beschreven hebben. Ontspan je en

    concentreer je op de rechterhand. Daarmee klop je, beginnende van de schouder op de

    binnenzijde van de arm, naar de hand toe en vandaar terug via de buitenkant van de arm naar de

    schouder toe. Geef dan een kort tikje tegen het achterhoofd, bovenaan op het hoofd en op het

    voorhoofd. Herhaal met de linkerhand op de rechterarm en tik opnieuw de punten op het hoofd

    aan. Dan, met beide handen op de rug kloppen vanaf de nieren naar de voeten toe over de

    achterkant van de benen, om terug naar boven te komen via de binnenkant van de benen. Klop

    goed stevig door, het moet goed voelbaar zijn. Klop dan met de rechterhand diagonaal vanaf de

    rechterschouder over de romp en de buitenkant van het linkerbeen naar de linkervoet toe. Doe

    dan hetzelfde met de linkerhand naar de rechtervoet toe. Zwaai daarna de armen rond je lichaam

    in de beweging die je zou maken wanneer je het koud hebt.

    Wiebel heen en weer over je voetzolen. Achtereenvolgens al het lichaamsgewicht op de voetzool,

    dan op de hiel brengend. Zorg ervoor dat de volledige voetzool op die manier gestimuleerd

    wordt. Deze oefening mag een paar minuten duren, tot je duidelijk warme voeten krijgt.

    Stimuleer door massage volgende algemene energiepunten:

    Gv 26 - Pe 9 - Ma 36 - Di 4-3V5-Cv17-Ni3.

    Bij eventuele of mogelijke zwangerschap, de punten op de benen vermijden en zeker de punten

    Di 4 en Ni 3 met rust laten. Zij kunnen ween opwekken.

    Sta stevig in de bovengenoemde basishouding, zak wat dieper in de knien en veer van hieruit op

    en neer. Breng je lichaam zo aan het schudden en drijf de snelheid op. Laat alles los, laat je

    hoofd, schouders en armen hangen. Ontspan alles en schud steeds sneller, ongeveer 200 maal en

  • 17

    vertraag dan langzaam. Blijf nog een tijdje nagenieten van dat zalige, tintelende warme gevoel.

    Neem een pluk haar boven aan je hoofd en trek jezelf hieraan omhoog (bij gebrek aan haar doe je

    dat denkbeeldig). Voel jezelf helemaal naar de hemel groeien en kijk met een blik vol

    zelfvertrouwen recht voor je uit. Suggereer jezelf dat je je prima voelt en dat je de wereld aankan.

    Adem diep in en rustig uit. Herhaal een paar maal tot je voelt dat de suggestie haar werk doet.

    Al deze oefeningen kan je doen na een training of na een fysiek contact maar ook zomaar,

    preventief op gelijk welk ogenblik van de dag. Niet alleen dragen ze bij tot een goede qi

    circulatie, ze versterken het immuunsysteem en verhogen zodoende de weerstand tegen ziekten.

  • 18

    Traditionele Chinese Geneeskunde.

    Traditionele Chinese geneeskunde is een filosofie om de gezondheid te behoeden. Het is

    gebaseerd op het begrip en de ultieme kracht van qi. In

    tegenstelling tot de westerse geneeskunde is de traditionele Chinese

    geneeskunde van preventieve aard. Het doel is het immuun systeem

    te versterken, teneinde ziekten te vermijden. In feite is de

    traditionele Chinese geneeskunde gebaseerd op het principe dat elke

    zieke, kwaal of ongesteldheid in het lichaam te wijten is aan het uit

    balans zijn van qi.

    Al circa 2.500 jaar geleden werd, hoog in de bergen van Noord China, qigong beoefend door

    Taostische priesters. Qigong is een meditatieve methode van lichaamsoefeningen en ademhaling.

    Ze geloofden dat door de oefeningen de vitale levenskrachten versterkt werden. Naar zij meenden

    was deze kracht, qi (prana in het Sanskriet, chi in het Chinees en ki in het Japans),

    onafscheidelijk verbonden met het leven zelf. Ze ontdekten dat qi niet alleen het lichaam

    versterkte, maar een energetische kracht is met universele gevolgen.

    Door in de natuur de wisselwerking tussen vuur, water en damp te

    observeren, ontdekte men dat er in het lichaam een vergelijkbaar iets

    waarneembaar was. Ook in ons lichaam was een beweging gaande van

    iets dat dezelfde subtiliteit had als damp.

    Tevens ontdekte men dat de conditie (verdeling, stroming, enz.) van deze levensenergie van

    wezenlijk belang was voor het functioneren van onze lichaam en geest. Zowel fysieke processen

    als spijsvertering, bewegen, ademhalen, als geestelijke processen als

    denken, concentreren, enz. bleken benvloed te worden door de conditie

    van de qi c.q. de conditie van het energiestelsel. Ook ontdekte men dat dit

    opgebouwd was uit een stelsel van meridianen die verschillende organen

    en energiecentra met elkaar in verbinding brengen in de vorm van een

    netwerk. Hetzelfde energiestelsel dat de levensenergie over ons lichaam

    verdeeld, is ook de basis van de acupunctuur, Chinese massage (Tuin-na),

    de Japanse drukpunt massage (Shiatsu), e.a. Na veel inwendig onderzoek

    en experimenteren ontdekte men langzamerhand ook dat en hoe de

    conditie van het energiestelsel ten gunste benvloed kon worden door

    meditatieve houdingen en bewegingen, ademhalingsoefeningen, klanken,

    concentratie oefeningen, visualisaties, enz. In het kort gezegd: qigong

    kwam tot ontwikkeling.

    De historici vertellen ons dat dit het begin was van de traditionele Chinese geneeskunde.

    In de filosofie van de traditionele Chinese geneeskunde komen begrippen voor als: qi,

  • meridianen, yin & yang en de 5 elementen. Hierna worden deze begrippen uiteengezet.

  • 19

    Qi.

    Qi als begrip vindt zijn oorsprong in de traditionele Chinese geneeskunde. Qi is onstoffelijk,

    d.w.z. het kan niet zichtbaar worden gemaakt, noch is het tastbaar.

    In de oosterse filosofie bestaat de mens uit drie delen, die tezamen een ondeelbaar geheel

    vormen:

    Tai: het eigenlijke lichaam, de materie.

    Chen: de geest, het denken, de sturende en controlerende factor.

    Qi: de energie die de materie bij elkaar houdt en de organen doet functioneren.

    Alhoewel apart genoemd, zijn deze drie delen niet los van elkaar te zien. Zodra de geest

    verdwijnt uit het stoffelijk lichaam, zal qi stoppen met het te voorzien van voeding. Het lichaam

    sterft. Bij zware lichamelijke beschadiging zal de qi eruit verdwijnen en de geest heeft geen

    woning meer om in te verblijven. Zodra qi geen toegang meer heeft tot het stoffelijk lichaam, of

    de doorstroming wordt belemmert, zal tai sterven en shen verlaten.

    Traditioneel wordt qi gezien als levensenergie; manifestatie van de subtiele levensenergie die in

    elk mens stroomt en die niets anders is dan de oerenergie waaruit

    aarde en heelal voortkwamen. Qi stelt ons in staat in alles dieper door

    te dringen dan alleen met onze fysieke, scheikundige en natuurlijke

    vermogens. Qi is onzichtbaar, maar de werking van qi kan in het

    lichaam waargenomen worden. Qi zorgt er bijvoorbeeld voor dat een

    wond uit zichzelf geneest. Als de qi-stroom geblokkeerd is kan het

    lichaam ziek worden. Qi betekent in het Japans zowel adem als

    bewustzijn. Bewustzijn zelf is qi, mentale kracht is energie die

    uitgezonden kan worden naar elk deel van ons lichaam, of naar buiten

    kan worden uitgestraald.

    Ted Kaptchuk heeft in zijn boek The Web that has no weaver voor qi de volgende definitie

    gegeven: Materie die op het punt staat in energie over te gaan, of energie die op het punt staat in

    materie over te gaan. In de Chinese denkwereld wordt er immers geen onderscheid gemaakt

    tussen materie en energie.

    Een citaat uit Ki in het dagelijks leven van aikidomeester Koichi Tohei: Ons leven is te

    vergelijken met een hoeveelheid water dat we uit de oceaan nemen en in onze handen houden.

    We noemen dit ik. Het is hetzelfde als dat we het water ons water noemen, alleen omdat we

    het in onze handen houden. Vanuit het standpunt van het water gezien, is het een deel van de

    grote zee. Want als we onze handen openen, komt het water weer terug in de zee. Wanneer we

    weigeren om het water haar eigen weg te laten gaan, zal het muf worden. Ons leven is een deel

    van de universele ki, omhuld door het vlees van ons lichaam. Ofschoon we daar ik tegen

    zeggen, is het vanuit het standpunt van de geest eigenlijk de ki van het universum. Hoewel deze

    ki omsloten is door het vlees van ons lichaam, is het in voortdurende verbinding met het

    universum en vormt het er een actief deel van. Wanneer de verbinding van onze eigen ki en de ki

    van het universum niet verzwakt is, zijn we gezond en levendig.

  • 20

    Zonder qi kunnen we niet bestaan. Zowel voor het leven zelf, als voor het werk maken we er

    gebruik van. Qi moeten we steeds aanvullen. Het is een basisenergie, meegekregen bij de

    geboorte. Andere bronnen van qi zijn voedsel, zon, licht, zuurstof en contacten met andere

    levende schepsels.

    In t algemeen wordt gezegd dat de verzamelplaats van qi de onderbuik is (seika tanden). Het

    ideogram (kanji) dat gebruikt wordt om qi te verbeelden is:

    Dat ideogram kan als volgt worden ontleed.

    De drie bovenste lijnen staan voor stoom en damp:

    Het onderste deel van het ideogram staat voor:

    Dit ideogram kan worden gesplitst in twee tekens: rijst

    Het eerste teken, vier streepjes, staat voor de rijst, welke door het tweede teken, kruis, door

    dorsen van het pel wordt ontdaan.

    Soms wordt het ideogram van rijst vervangen door dat van vuur:

    Het ideogram voor qi wordt dan gevormd door het kanji voor water en vuur.

    Anders gezegd: de kosmische energie, gesymboliseerd door water en vuur, wordt samengebald

    tot een geheel, waardoor qi-krachten of oerenergie wordt opgewekt.

    Qi wordt in het lichaam verzameld in energiecentra. Men onderscheid drie

    energiecentra: n in de onderbuik, in het Chinees tantien en in het Japans

    hara genaamd, een tweede in de borst en een derde in het hoofd. Het Indische

    Chakra/Nadi systeem is overeenkomstig, maar daar noemt men de energiecentra

    chakra en telt men er zeven.

    Letterlijk betekent tantien: zee van qi. Het zwaartekracht centrum van het

    lichaam. Ook wel genoemd het cinnaber veld of elixer veld. Wordt

    beschouwd als het centrum van de vitale energie of qi, daar waar de

    levenskrachten zich verzamelen. Vanuit dit punt vloeit qi door het hele lichaam

    via energiebanen of meridianen.

    Door de tantien staat de mens direct in verbinding met de oorspronkelijke eenheid der dingen.

    En van de voornaamste doelstellingen van meditatie technieken en ademhalingsoefeningen in de

    krijgskunsten is om de qi in de tantien te vergroten en versterken.

    rijst

    -h

  • 21

    Yin en yang zijn de oorsprong van het leven.

    Nei Jing

    Yin en Yang.

    De theorie van yin en yang (Japans: in en yo) is de basis van de oosterse filosofie. Yin

    en yang zijn twee polariteiten die zich overal en altijd manifesteren en waarbinnen alle

    bewegingen en veranderingen plaatsvinden. Deze bewegingen van energie is gelijk aan leven.

    Yin en yang wordt gebruikt om leven te beschrijven. Het zijn geen statische begrippen, maar een

    methode om veranderingen te beschrijven zodat er mee gewerkt kan worden. Een man is meer

    yang en een vrouw meer yin. Maar een jonge vrouw is yang ten opzichte van een oude vrouw.

    Met yin en yang kunnen dus relaties worden beschreven van dingen ten opzichte van elkaar.

    Volgens de Taostische leerstellingen was er, voordat het heelal ontstond en vorming kreeg, een

    toestand van volkomen leegte. De Chinezen noemden deze toestand Wu Chi. Wu Chi is

    hetgeen wat niets is, doch alle ingredinten bevat om iets te laten ontstaan. Als we dit vertalen

    naar de westerse opvattingen dan is dit de situatie voor de Grote Knal. Deze oertoestand was

    niet gerelateerd aan tijd en snelheid omdat er niets was waaraan tijd en snelheid kon worden

    afgemeten. Alles was leegte. Wu Chi betekent de uiteindelijke staat van het niets. Wu Chi

    kwam in actie door een of andere impuls; en het begin van de schepping werd een feit. De eerste

    impuls manifesteerde zich als qi, ontstaan uit de oerpolariteit tussen Yin en Yang. Het eeuwige

    spel tussen yin en yang is de meest wezenlijke uitdrukking van Wu Chi. De Taosten noemden dit

    proces Tai-chi (het meest uiteindelijke) de veelvoudigheid van alle verschijnselen in het heelal,

    zichtbaar of onzichtbaar. Komt tot stand uit de dualiteit tussen yin en yang!

    Uit de Nei-Jing (Boek van de Interne Geneeskunde), van de legendarische Gele Keizer Huang

    Ti, blijkt dat ook op geneeskundig gebied de theorie van yin en yang zijn stempel heeft gedrukt.

    Het boek beschrijft het leven en het functioneren van het menselijk lichaam in termen van het yin

    en yang concept.

    Het zijn en het niet-zijn produceren elkaar

    Het moeilijke en het gemakkelijke vullen elkaar aan

    Lang en kort contrasteren elkaar

    Hoog en laag onderscheiden elkaar

    Klank en stem harmoniseren elkaar

    Voor en achter volgen elkaar.

    Tao-Te-Ching

    Volgens de theorie van yin en yang is niet alleen het leven op aarde, maar uiteindelijk het bestaan

    van het hele universum gebaseerd op het principe van dualiteit. Enkele voorbeelden: tegenover

    het begin staat het einde, donker brengt licht voort, de dag is een product van de nacht. Wit is er

    alleen omdat er ook zwart is, geluid omdat het uit stilte ontstaat, vreugde omdat er ook verdriet is.

    We zien dat alles bestaat uit twee tegengestelde polen. In het Chinees aangeduid met de termen

    yin en yang. Ofwel, het een brengt het ander voort en het ander kan niet zonder het een. Maar ook

    een toename of een afname van de ene gaat steeds gepaard met respectievelijk een afname of een

  • 22

    toename van de andere. Dit noemt men het proces van wederzijdse consumptie en productie.

    Zolang yin en yang in evenwicht zijn, is er harmonie, balans en dus gezondheid.

    Men bedoelt ermee dat er een dynamisch evenwicht is; dit wil zeggen dat yang overdag actief zal

    zijn en het yin zijn activiteit s nachts zal laten gelden. Deze verhoudingen in activiteit behoren in

    balans te zijn. Een statisch evenwicht daarentegen wil zeggen dat er geen transformatie meer

    plaats vindt, dit betekent de dood van een individu!

    Yin betekent van oudsher schaduwkant van de berg en yang zonkant van de berg. Op het lichaam

    lopen de yangmeridianen aan de zijde die door de zon beschenen wordt (de rugzijde en de

    bovenzijde van de armen en de yinmeridianen aan de schaduwkant (voorzijde en onderkant

    armen). Niets is volledig yin of yang. Yin wekt yang op en omgekeerd. Absoluut yang en

    absoluut yin bestaat dus niet.

    Yin en yang zijn de weg van hemel en aarde,

    principes en matrix van alle dingen, ouders van alle

    veranderingen, oorsprong van geboorte en dood...

    Nei Jing

    Yang: mannelijk, positief hemel, mannelijk, energie, licht, warm, zomer,actief, zout. Yang doelt

    op alles wat actief is, expansief, bewegend, hard, licht, helder. Yang is het handelende.

    Yin: vrouwelijk, negatief aarde, vrouwelijk, materie, donker, koud, winter, passief, zoet. Yin

    doelt op alles wat negatief of passief is, traag, zacht, stoffelijk, zwaar, donker. Yin is het

    ontvangende.

    Yin en Yang worden gesymboliseerd door de monade. Dit is een cirkel met

    daarin twee golfbewegingen. In elke golfbeweging bevindt zich een rondje. De

    rondjes in de golfbewegingen mogen zich niet op de loodlijn bevinden, dat

    symboliseert stilstand en dus de dood. De monade moet daarom altijd getoond

    worden met de rondjes uit de aslijn, immers dat symboliseert leven, dynamiek.

  • 23

    De 5 Elementen.

    Men kan zich natuurlijk afvragen hoe de Chinezen aan het systeem van de vijf elementen (in het

    Chinees: Wu Xing) komen. Uiteraard zijn het metaforen, cryptische omschrijvingen van

    bepaalde fenomenen die zij waarschijnlijk zoals alle andere kennis opdeden uit observatie van de

    natuur.

    In eerste instantie waren de Chinese krijgsheren van ongeveer 500 v. Chr. vooral genteresseerd

    in hoe het volk beheerst kon worden. De controlecyclus werd ontwikkeld: hoe wordt een

    natuurlijk fenomeen beteugeld. Pas later kwam de voortbrengingscyclus in beeld: hoe brengt het

    ene fenomeen het andere voort. En weer een tijd later is de fasenleer geworden tot wat ze nu is:

    een verfijnd begrippenstelsel voor de interactie van alle fenomenen, van alles dat zich aan ons

    voordoet. Behalve de classificatie van alle natuurlijke fenomenen brengt deze leer ons dus ook de

    voortbrengingscyclus (shen) en de controlecyclus (k).

    De theorie van de 5 elementen is later ontstaan dan de yin en yang theorie en

    voegt er iets aan toe. De elementen zijn: aarde, metaal, water, hout en vuur.

    Ze vertegenwoordigen een meer gedetailleerde classificatie van yin en yang

    in verschillende vormen van qi, , beschreven door de eigenschappen van

    metaal, water, hout, vuur en aarde. Alle verschijnselen in de natuur werden

    ingedeeld bij een van de 5 groepen, die een bepaalde beweging of

    kwaliteit van energie aanduiden.

    We moeten opmerken dat het woord element in onze taal een enigszins vaste connotatie heeft

    die het in het Chinees niet heeft, vandaar dat de theorie vaak bekend is in de alternatieve vertaling

    van vijf transformaties of van vijf fasen. De elementen zelf zijn eigenlijk beschrijvingen van qi in

    verschillende stadia en veranderingsprocessen. Voor beoefenaars van shiatsu en andere oosterse

    geneeswijzen is het vijf-elementenmodel heel handig om mee te werken, daar het tastbaarder en

    dus beter te vatten is dan de soms vaag aandoende eigenschappen van yin en yang. Net als yin en

    yang ontstond de vijf-elementenopvatting van het universum door het observeren van de

    wisselwerking tussen de verschijnselen. De theorie van de vijf elementen kent twee aspecten; ten

    eerste het groeperen van dingen of verschijnselen met een gelijksoortige kwaliteit van energie tot

    correspondenties en ten tweede de energiestroom tussen de elementen en strak gedefinieerde

    volgorden of cycli.

    Een belangrijke aspect van de vijf-elemententheorie is de beschrijving van de manier waarop

    energie stroomt, samengevat in de scheppingscyclus (voedende of shen) en de beheersingscyclus

    (controlerende of ko). In de scheppingscyclus schept elk element het volgende, dus hout schept

    vuur dat aarde schept en zo verder de kring rond. De cyclus van de seizoenen is hier een goed

    voorbeeld van: in het voorjaar (tijd van houtenergie) stijgt de energie van de aarde omhoog en

    komt tot uitbarsting in de grote bedrijvigheid van de zomer (vuur), die zich vervolgens

    transformeert tot de nazomer (aardetijd). De nazomer rijpt tot de oogsttijd van de herfst (metaal)

    en dan rust de qi van de aarde en slaat zichzelf op tijdens de winter (tijd van waterenergie),

    voordat het hele proces in het voorjaar weer een aanvang neemt. De beheersingscyclus is de

    vijfpuntige ster, die laat zien hoe de elementen elkaar ook beperken om het anders oneindige

    sterker worden af te remmen. Weer kunnen we naar de natuur kijken om de mechanismen die

  • 24

    hier aan het werk zijn te verklaren: water dooft vuur, vuur smelt metaal, metaal hakt hout, hout

    (bomen) stabiliseert de aarde, aarde damt water in.

    Tabel van de vijf fasen met opsomming van de relaties. De opsomming is niet bedoeld volledig

    te zijn en/of inmutabel.

    element hout vuur aarde metaal water

    seizoen voorjaar zomer nazomer herfst winter

    cyclus geboorte groei 1 transformatie

    oogst opslag

    klimaat wind hitte vochtigheid

    droogte koude

    kleur groen rood geel wit zwart/blauw

    richting oost zuid centraal west noord

    vloeistof tranen zweet speeksel si ij 111 urie

    stem schreeuwen lachen zingen huilen kreunen

    geur ranzig branderig geurig stinkend rottend

    emotie woede vreugde piekeren verdriet angst

    weefsel spieren/pezen bloed lichaam huid beenderen

    zintuig ogen tong mond neus oren

    smaak zuur bitter zoet scherp zout

    yangorgaan galblaas dunne darm 3 voudige verwarmer

    maag dikke darm blaas

    yinorgaan lever hart pericardium

    milt long nier

    tijdstip 01.00 - 03.00 23.00 - 01.00

    11.00 - 13.00

    13.00 - 15.00

    19.00 - 21.00

    21.00 - 23.00

    09.00 - 11.00

    07.00 - 09.00

    03.00 - 05.00

    05.00 - 07.00

    17.00 - 19.00

    15.00 - 17.00 -----------------------

    '

    Elke fase kan men opvatten als positieve, proces georinteerde kaders, waarbij de ideale

    kenmerken van elk worden benadrukt. Deze ideale toestanden zijn slechts richtlijnen of doelen

    voor een evenwichtig en gentegreerd functioneren. Ze weerspiegelen ook de relaties en

    interacties tussen de fasen.

    Toegepast op het gebied van het menselijk lichaam, de geest en de ziel kunnen de vijf elementen

    van onschatbare waarde zijn om precies vast te stellen waar en hoe de lichaams-qi uit balans is

    geraakt.

  • 25

    De Meridianen.

    Meridianen (Chinees: Jingluo / Japans: Keiraku).zijn de banen waardoor de energie zich in ons

    lichaam beweegt. Soms komen deze banen overeen met de loop van spieren of bloedvaten. Dit

    hoeft echter niet.

    Ze vormen een theoretische verbinding tussen de acupunctuur- of tsubopunten.

    Het is evenwel geen anatomische realiteit, dit in tegenstelling tot de

    acupunctuurpunten zelf. Een meridiaan is als het ware een wijze van verbanden

    leggen: waar wij verbanden of relaties zien, leggen de Chinezen verbindingen:

    meridianen. Het meridiaanstelsel bestaat uit 80 meridianen. Alle meridianen

    met elkaar vormen een netwerk de: Jing Luo.

    Jing betekent: door geven of er doorheen gaan;

    Luo betekent: iets dat verbindt, een net;

    Mai betekent: een holle structuur waar iets door

    stroomt, een vat.

    De naam duidt op een samenhangend geheel, waarin iets stroomt, op een

    stelsel van kanalen en rivieren waarin materie (bloed) stroomt, om qi te

    vervoeren.

    Eigenlijk zouden we moeten spreken over de Jing Mai en de Luo Mai: respectievelijk de

    meridianen en kollateralen. De naam meridiaan is afkomstig van de Franse jezueten aan het

    keizerlijk hof in Beijing. Zij zagen Tong Ren, de bronzen man, een meer dan manshoge pop,

    waarop alle acupunctuurpunten staan, onderling verbonden door meridianen. Deze lijnen, die van

    onder de voet tot boven op de kruin liepen, vergeleken ze met de meridiens: de denkbeeldige

    lijnen die op de aardbol van noord- naar zuidpool lopen.

    De oorspronkelijke betekenis van het Chinese woord Jing was waterweg,

    beek, kanaal, later werd het draad. Jing staat ook voor boek, want dat wordt door

    draden bijeen gehouden (Nan Jing, Nei Jing). De Luo Mai zijn de transversale

    verbindingen in het meridiaansysteem. Jing Mai en Luo Mai zijn a.h.w. schering

    en inslag, waarbij de Jing Mai de hoofddraden zijn en de dwarsverbindingen

    door de Luo Mai gevormd worden, vandaar de benaming Jing Luo.

    De functie van meridianen is:

    zorgen voor beweging in het lichaam (van bloed, gas, zuurstof, water e d );

    verbinden van ledematen en hoofd met de romp;

    communicatie van binnen naar buiten en van boven naar beneden;

    zorgen voor de regulering van organen.

    Er zijn twaalf hoofdmeridianen. Elke meridiaan is gerelateerd aan n van de 5

    elementen. Bijvoorbeeld de hart meridiaan is gerelateerd aan het element vuur en de nier- en blaas

    meridiaan met water. Iedere meridianen heeft zijn basis in een orgaan en is hiernaar vernoemd.

    Een uitzondering is de 3-voudige verwarmer meridiaan. Deze correspondeert niet met een eigen

  • 26

    orgaan maar met bepaalde relaties tussen andere organen en de totale verdeling van energie over

    het lichaam. De werking van de energie die door een meridiaan loopt komt overeen met de

    functie van het betreffende orgaan. De dikke darm heeft bijvoorbeeld de functie van het

    afscheiden van afvalstoffen. Emotioneel heeft de dikke darm ook de functie van afscheid nemen

    en loslaten. Een verwoed verzamelaar kan last krijgen van constipatie. Ook zaken als een

    rouwproces, of het uitgeven van een groot geldbedrag kunnen effect hebben op de dikke darm als

    orgaan of spanning geven in het gebied van de meridiaan. Bijvoorbeeld gespannen kuiten of

    gevoelige plekken op de bovenkant van de arm net onder de elleboog.

    Hiervoor werd gezegd dat het meridiaanstelsel uit wel 80 meridianen bestaat. Dit zijn de

    meridianen die in de traditionele Chinese geneeskunde voorwerp zijn van behandeling. De 12

    belangrijkste worden hierna in de matrix genoemd. Iedere meridiaan bedient een orgaan en is

    ernaar genoemd. We onderscheiden:

    Nederlands Engels Chinees Acu-punten \

    Blaas / Bl Bladder / Bl Foot taiyang 67 pt

    Dikke darm / Di Large intestine / Li Hand yangming 20 pt

    Dunne darm / Du Small intestine / Si Hand taiyang 19 pt

    Galblaas / Gb Gall bladder / Gb Foot shaoyang 44 pt

    Hart / Ha Heart / Ht Hand shaoyin 9 pt

    Lever / Le Liver / Li Foot yueyin 14 pt

    Long / Lo Lung / Lu Hand taiyin 11 pt

    Maag / Ma Stomach / St Foot yangming 45 pt

    Milt / Mi Spleen / Sp Foot taiyin 21 pt

    Nier / Ni Kidney / Ki Foot shaoyin 27 pt

    Pericardium / Pe

    of Kringloop

    meridiaan

    Pericardium / P

    of Hart

    constrictor

    Hand yueyin 9 pt

    3 Voudige verwarmer / 3V Triple heater / Th Hand shoayang

    of San jiao

    23 pt

    Conceptievat / Cv Conception vessel / Cv Ren-mai / Rn 24 pt

    Gouverneurvat / Gv Governing vessel / Gv Du-mai / Du 28 pt

    De meridianen liggen symmetrisch aan beide zijden van het lichaam, dus 24 in totaal. Daar

    komen dan ook nog twee meridianen bij die niet aan een orgaan zijn gerelateerd, te weten:

    Conceptievat en Gouverneurvat. Deze meridianen liggen op de middellijn van het lichaam,

    het conceptievat aan de voorzijde en het gouverneurvat aan de achterzijde. Samen worden deze

    twee meridianen ook wel de embryonale kringloop genoemd, omdat het de enige meridianen zijn

    bij een foetus.

    Alles bij elkaar lopen er 26 hoofdmeridianen door ons lichaam.

  • 27

    De Meridianen en de Actieve Punten.

    Op de hierna volgende paginas zijn de kaarten van de 12 hoofdmeridianen en 2 niet aan organen

    gerelateerde meridianen opgenomen. Op de linkerpagina steeds een overzichtskaart en op de

    rechterpagina kaarten van de verschillende delen van het lichaam met de desbetreffende

    meridianen en actieve punten.

    Onderstaand tabel laat zien welke meridianen in verbinding staan met welke spieren en/of

    groepen van spieren.

    blaas sacrospinalis, peroneus, tibialis.

    dikke darm hamstrings, quad lumborum, fascia lata, flexor digitorum, longus.

    dunne darm abdominals, quadriceps.

    galblaas anterior deltoid, politeus.

    hart subscapularis.

    lever rhomboids, pectoralis major sternal.

    long deltoids, diaphragm, anterior serratus, coracobrachialis.

    maag neck ext/flexors, levator scapulae, pectoralis major clavicular,

    bracioradialis, sterno-cleido-mastoid.

    milt trapezius, latissimus dorsi, oponens pollicis longus.

    nier upper trapezius, psoas, iliacus.

    pericardium gluteus maximus, gluteus med, piriformis, abductors, general pelvic.

    3 voudige verwarmer gastrocnemius, soleus, sartorius, gracilis, teres minor, flexor hallucis,

    longus.

  • 28

  • Blaas / Bladder / Foot Taiyang. 29

  • 30

  • 31

    Dikke Darm / Large Intestine (Colon) / Hand Yangming.

  • 32

  • 33

    Dunne Darm / Small Intestine / Hand Taiyang.

  • 34

  • 35

    Galblaas / Gall Bladder / Foot Shaoyang.

  • 36

  • Hart / Heart / Hand Shaoyin. 37

  • 38

  • Lever / Liver / Foot Yueyin. 39

  • 40

  • Long / Lung / Hand Taiyin. 41

  • 42

  • Maag / Stomach / Foot Yangming. 43

  • 44

  • Milt / Spleen / Foot Taiyin. 45

  • 46

  • Nier / Kidney / Foot Shaoyin. 47

  • 48

  • 49

    Pericardium (Kringloop Meridiaan of Hart Constrictor) / Hand Yueyin.

  • 50

  • 51

    3 Voudige Verwarmer / Triple Heater / Hand Shoayang.

  • 52

  • 53

    Conceptie Vat / Conception Vessel / Ren-Mai.

  • 54

  • 55

    Gouverneur Vat / Governing Vessel / Du-Mai.

  • 56

    Qi en de Westerse Wetenschap.

    Auteur Theo De Gelaen.

    Volgens Ted Kaptchuk in zijn boek The Web that has no weaver zou Qi het moment zijn

    waarop energie overgaat in materie en omgekeerd

    Het is wellicht vergezocht om te veronderstellen dat de Chinezen 5000 jaar geleden reeds weet

    hadden van het gedrag van golven en deeltjes zoals wij die vandaag vanuit de Kwantumfysica

    kennen. Toch sluit hun verklaren van qi daar wonderwel bij aan. Het is precies dat wat zij als het

    fenomeen van qi bedoelen, de levensenergie, het allesomvattende, het begin en het einde van alle

    leven.

    Zoals we weten bestaat alles uit energie en is heel het universum eigenlijk n grote bol energie.

    Doch op een bepaald moment moet er ergens iets materieels ontstaan. Energie dient zich om te

    zetten in materie, het begin van een voor ons waarneembaar iets.

    Maar laten we eerste even stilstaan bij wat vandaag in het Westen bekend is als zijnde

    kwantumfysica.

    Ons lichaam bestaat uit organen, waarbij onze huid ook als een groot orgaan kan beschouwd

    worden. De organen bestaan op hun beurt uit cellen waar binnen een uit een dun vetlaagje

    bestaande celwand verschillende onderdelen huizen, waaronder ons dna, zijnde de drager van ons

    genetisch materiaal. Iedere stof bestaat uit wat men noemt moleculen, dat zijn de kleinste deeltjes

    van een stof die nog de eigenschappen bezitten van die stof.

    Een molecuul op zich echter bestaat uit atomen. Een begrip dat reeds in de 4e eeuw voor Christus

    door de Griekse filosoof Democritus gebruikt werd en dat ondeelbaar wil zeggen (a = on,

    tomas = delen). Toch was het pas in 1806 dat de Engelse wetenschapper Johnn Dalton het ging

    gebruiken om de chemische eigenschappen van elementen en hun verbindingen mee voor te

    stellen.

    Het was echter wachten op Einstein alvorens men daadwerkelijk in de wetenschap rekening ging

    houden met de atomen. Sindsdien weet men echter ook dat atomen niet zo ondeelbaar zijn en dat

    ze eigenlijk bestaan uit een atoomkern met daar rond zwevende elektronen. Het zijn die

    elektronen die als kleinste deeltjes beschouwd worden.

    Normaal is de kern van een atoom positief geladen en de elektronen negatief. De kern van een

    atoom blijkt echter op zijn beurt te zijn samengesteld uit protonen en als er evenveel protonen

    zijn als elektronen, dan is het atoom in evenwicht en heeft het geen elektrische lading. Verliest

    het atoom echter een elektron, dan zijn de protonen in de meerderheid en krijgt het atoom een

    positieve lading. Vanaf dan spreken we van een ion. Neemt het atoom een extra elektron op, dat

    spreken we van een negatief geladen ion.

  • 57

    Maar nog steeds zijn we niet aan ons kleinste deeltje, want blijkt nu dat ook een proton nog

    opdeelbaar te zijn, namelijk in drie quarksen per proton.

    Het zijn nu die quarksen die een zeer fascinerend gedrag vertonen.

    Omdat het deeltjes zijn van de kern van een atoom, spreekt men over een deeltje, dat wil zeggen

    iets dat een massa heeft en zich als het ware gedraagt zoals een biljartbal die overal tegenaan

    botst en ofwel iets anders wegketst of zelf weggeketst wordt.

    Maar wat gebeurt er als men een deeltje door twee spleten tegelijk wil laten gaan?

    In een test werd een lichtbron geplaatst tegenover een wand, met daartussen een scherm waarin

    zich twee evenwijdige spleten bevonden. Door het schijnen van het licht door de spleten ontstond

    een streepjespatroon op de wand. Als men het licht door slechts n spleet laat gaan, dan ontstaat

    er maar n streep aan de andere kant.

    Men zou dus kunnen veronderstellen dat wanneer men een deeltje zou afvuren, het door n van

    de twee spleten zou gaan en er zich tegen de wand slechts n streep zou aftekenen. Toen men in

    het experiment echter n enkel foton (het kleinste deeltje van licht) op de spleten afvuurde,

    ontstond er op de wand een streepjespatroon! Blijkbaar was het deeltje door beide spleten tegelijk

    gegaan. Iets wat niet kan voor een deeltje met de eigenschappen van een biljartbal.

    Daaruit kon men niets anders dan concluderen dat een deeltje zich zowel als een deeltje dan als

    een golf kan gedragen. Wat derhalve wil zeggen dat twee aan elkaar tegengestelde eigenschappen

    binnen eenzelfde systeem kunnen bestaan zonder elkaar op te heffen of te vernietigen.

    Dit verschijnsel noemt men complementariteit. En hoewel de Chinezen 5000 geleden naar alle

    waarschijnlijkheid niet die test met het foton uitgevoerd zullen hebben, waren zij toch al

    vertrouwd met complementariteit, al noemden zij dat dan het yin en yang principe

    Hoe kwam men hier in het Westen aan de ontdekking van het kleinste deeltje dat men vandaag

    ook kwantum noemt?

    De oorsprong lag in de thermodynamica (beweging van warmte) en vooral bij de vaststelling, dat

    een warm lichaam altijd zijn warmte zal afgeven aan een kouder tot er een toestand van

    thermodynamisch evenwicht bereikt is.

    Warmte ontstaat door trillen van moleculen. Hoe sneller die trilling, hoe groter de warmte. Als jij

    op een stoel gaat zitten en die voelt koud aan, dan wil dat zeggen dat de moleculen van de stoel

    trager trillen dan die van jouw lichaam. Jouw lichaam zal zijn warmte afgeven aan de stoel die

    diens atomen sneller te laten trillen. Hierdoor verliezen jouw moleculen aan energie en gaan ze

    zelf ook trager trillen. Tot er een moment van evenwicht bereikt wordt en de moleculen van

    zowel jouw lichaam als deze van de stoet even snel trillen.

    Als jij opstaat en iemand die uit de koude komt, gaat direct op jouw stoel zitten, dan zal die hem

    als warm ervaren, gewoon omdat dan de moleculen van de stoel sneller trillen dan die van zijn

    lichaam en dan herhaalt het proces zich in de andere richting.

  • 58

    Dat principe werd voor het eerst gebruikt door de Brouwerszoon uit Manchester James Prescott

    Joule (1818-1889) die een machine bouwde die warmte energie omzette in mechanische energie.

    Hij stelde dat een bepaalde hoeveelheid warmte kan gelijkgesteld worden aan een bepaalde

    hoeveelheid mechanische arbeid. Vandaar dat toen iemand zei dat als warmte kan omgezet

    worden in arbeid, dan moet het ook een bepaalde hoeveelheid energie bevatten (energie betekent

    immers in het Grieks bevatten van arbeid).

    Qi in het lichaam kan men ervaren als een warm tintelend gevoelen, wat erop wijst dat de

    moleculen op een bepaalde frequentie trillen. Deze warmte kan door het lichaam worden omgezet

    in een mechanische energie hetgeen tot een bepaalde fysieke kracht kan leiden. Dat verklaart

    waarom een geoefende qi gong meester van op een afstand bepaalde dingen kan laten gebeuren.

    Wat verder wordt dit nog duidelijker.

    De vaststelling van overdracht van warmte energie heeft destijds geleid tot de eerste wet van de

    thermodynamica die zegt dat als er een bepaalde hoeveelheid energie op een bepaalde plaats

    verdwijnt, er elders binnen hetzelfde systeem een gelijke hoeveelheid energie moet optreden.

    Deze wet wordt dan ook die van het behoud van energie genoemd en werd voor het eerste

    gepostuleerd door Hermann van Helmholtz in 1847. Zij komt er dus op neer dat er nooit energie

    verloren gaat.

    In 1850 publiceerde Rudolf Clausius dat er in de thermodynamica nog een tweede principe gold,

    namelijk dat er altijd een verval van energie binnen een systeem plaatsvond, dat wil zeggen een

    hoeveelheid niet bruikbare warmte binnen een thermodynamisch proces. Hij was ook diegene die

    het begrip entropie introduceerde. Entropie wil zeggen wanorde. Volgens hem nam de

    entropie (dus de wanorde) van een systeem steeds toe als er warmte van een warmer naar een

    kouder lichaam stroomt. Het toppunt van entropie wordt bereikt bij een thermisch evenwicht,

    d.w.z. als alle lichamen binnen het systeem dezelfde temperatuur hebben.

    Dit komt erop neer dat door het proces van energie overdracht, de totale energie van een systeem

    afneemt zodat de wanorde toeneemt. Bij een koud, vast lichaam kan men stellen dat alle

    moleculen mooi geordend zijn. Als we de warmte doen toenemen dan zullen de moleculen

    wanordelijker door elkaar gaan bewegen en een minder sterke cohesie vertonen, zoals dat bij

    water het geval is. Nog verder verhit, in de richting van stoom zullen de moleculen naar een

    maximale wanorde gaan.

    Ook hier waren de Chinezen blijkbaar zeer vroeg van op de hoogte, want hun vijf elementen

    theorie verwijst daarnaar (hierover verder meer).

    Ludwich Boltzmann stelde in 1870 dat er een maat bestaat voor de graad van wanorde, namelijk

    de waarschijnlijkheid van een bepaald systeem, gedefinieerd als het aantal manieren waarop het

    uit een verzameling atomen kan worden samengesteld. Hij stelde dat een systeem zich zal

    verplaatsen van een minder waarschijnlijke naar een meer waarschijnlijke toestand onder invloed

    van warmte of mechanische trilling tot een evenwichtstoestand is bereikt. Het systeem zal dan

    zijn meest waarschijnlijke toestand bereikt hebben op het moment dat de entropie het hoogst is.

    Vanuit de thermodynamica weten we dus dat een warm lichaam steeds een bepaalde warmte

    straling (licht) zal afgeven, een straling van golven uit het elektromagnetische spectrum. Zelfs

  • 59

    een lichaam dat amper 5 warmer is dan het absolute nulpunt van 285 zal dus nog een straling

    hebben. Deze straling omvat een breed spectrum van frequenties. Uit metingen bleek dat de

    intensiteit van de straling sterk varieert met de frequentie van de straling. Hoe warmer, hoe hoger

    de frequentie van de straling.

    Een lauwe oven zal reeds een bepaalde straling uitzenden, doch wij kunnen die niet zien omdat

    haar frequentie niet deze bereikt van het voor onze ogen waarneembare, zijnde de straling van

    zichtbaar licht. Wordt de oven heter, dan zal hij op een bepaald ogenblik wel die frequentie

    bereiken en zien wij dat als het rood gloeien ervan. De waarneming van de rode kleur gebeurt bij

    800 C, en dat onafhankelijk van wat zich in de oven bevindt. Of dat nu steenkool is, glas, aarde

    of metaal, dat maakt niet uit. Vroeger gebruikten de pottenbakkers deze wetenschap om de

    temperatuur van hun oven te meten. Het witte licht bereikt men bij een temperatuur van 1200 C.

    Dit werd de eerste wet op de thermodynamica, die zegt dat de totale energie in het heelal een

    constante is en van de ene vorm in de ander kan overgaan. Zo kan de warmte energie van

    brandend hout overgaan in stoomenergie, veroorzaakt door het water dat door het brandend hout

    opgewarmd werd. De stoom energie kan dan overgaan in mechanische door een turbine te laten

    draaien om een generator aan te drijven die elektrische energie produceert dat een diepvries aan

    de gang zet.

    De tweede hoofdwet van de thermodynamica zegt dat de entropie1 van een gesoleerd systeem

    2

    altijd toeneemt tot ze het toppunt heeft bereikt bij een thermisch evenwicht, dat wil zeggen als

    alle voorwerpen binnen hetzelfde systeem dezelfde temperatuur hebben. Als een lichaam wordt

    opgewarmd, zal het volgens deze wetten zijn warmte willen afgeven, hetgeen het zal doen door

    straling. Volgens de Engelse klassieke natuurkundigen Lord Rayleigh3 en Sir James Jeans

    4 zou

    een heet voorwerp, zoals een ster in oneindige mate energie moeten uitstralen omdat ze volgens

    de toen geldende wetten gelijkmatig in alle frequenties van elektromagnetische golven (van

    radiogolven tot rntgenstralen) dient uit te zenden. Omdat het aantal golven per seconde

    onbegrensd is, wil dat zeggen dat de totale hoeveelheid uitgestraalde energie oneindig zou zijn.

    De stelling van Rayleigh en Jeans bleken wel te kloppen voor de lage frequentie, maar zorgden

    bij de hogere frequenties voor de zogenaamde ultravioletcatastrofe. Als zij gelijk hebben zou het

    warme lichaam steeds tot extreme temperaturen energie uitstralen zodat zelfs voor een open

    haardvuur zitten een gevaarlijke onderneming vormt. Iedereen weet echter dat zulks niet het

    geval is, dus moest er een oplossing gevonden worden voor de stelling van de klassieke

    natuurkundigen.

    Maar als een lichaam warmte uitstraalt in alle frequenties van het spectrum, gaat het dan niet op

    een bepaald ogenblik al zijn energie opgebruiken? Dat was een probleem dat indertijd de fysici

    bezig hield en ook wel de ultravioletcatastrofe genoemd werd.

    1 Nieuw begrip door Clausius ingevoerd als definitie van de warmte die van het ene voorwerp overgebracht wordt in

    het andere. Volgens Deepak Chopra in zijn boek Leef-tijd is dat de universele neiging van orde om te vervallen in chaos en ontstond het bij het begin van de oerknal. Het zou dus gaan om een kosmische kracht die alle andere vormen van energie omvat. 2 Het heelal is het ultieme gesoleerde systeem.

    3 (1842-1919)

    4 (1877-1946)

  • 60

    Op 19 oktober 1900 kwam Max Planck5 met een formule op de proppen E=fh waarin E de

    energie is van een lichtgolf, f haar frequentie en h een constante6 . Hierdoor kon hij de

    berekeningen laten kloppen met de waarnemingen. Hij had de correcte formule gevonden. Om de

    waarschijnlijkheid van alle mogelijkheden te onderzoeken maakte hij h steeds kleiner. Hij ging

    dus steeds kleinere pakketjes gebruiken. Als hij echter de energiepakketjes tot nul deed afnemen

    verloor de vergelijking. Liet hij ze niet tot nul komen dan klopte de formule. Hieruit besloot hij

    dat licht en gelijk welke andere golven niet willekeurig werden uitgezonden maar steeds in

    pakketjes van een bepaalde grootte die hij kwanta noemde.

    Ieder kwantum zou een bepaalde hoeveelheid energie hebben die groter is naarmate de frequentie

    van de golven groter is. Daardoor zou bij een zekere frequentie die hoog genoeg is, het

    wegzenden van n kwantum meer energie vergen dan beschikbaar is. Zodoende zou de

    hoeveelheid uitgezonden straling bij hogere frequentie verminderen waardoor de mate waarin het

    lichaam energie verliest eindig is. De oplossing voor de ultravioletcatastrofe n het begin van de

    kwantumtheorie!

    In 1899 had de Duitse natuurkundige Philipp Lenard ontdekt dat wanneer een metalen

    oppervlakte beschenen wordt met monochromatisch licht (dat is licht dat uit slechts n

    golflengte bestaat), dit als gevolg had dat er elektronen van de oppervlak weggeschoten werden.

    Wat hierbij belangrijk was, was dat de hoeveelheid kinetische energie die de elektronen

    meekrijgen, geheel onafhankelijk is van de intensiteit van het gebruikte licht. Dat was in

    tegenspraak met de geldende kinetische wetten van Newton die zeggen dat, hoe intenser de

    lichtstraal zou zijn, hoe energierijker de elektronen zouden moeten zijn. Omdat volgens de

    Newtoniaanse benadering het effect van het licht vergeleken zou worden met het effect van

    golven van de zee op keien op het strand. Blijkbaar gingen de wetten van Newton hier niet op.

    Alweer zat de klassieke fysica met een probleem.

    Wanneer er tussen de uitzendende metalen plaat en de ontvanger een negatief geladen rooster

    geplaatst wordt, zal dit remmend werken op de kracht van de emissie. Elektronen zijn immers

    negatief geladen en worden dus afgestoten door een negatief voltage. Bij een voltage Vo

    verdwijnt de foto-elektrische stroom volledige. Dat wil zeggen dat een elektron die de ontvanger

    bereikt minstens een energie van qVo moet hebben gehad, waarbij q de lading is van het elektron.

    In 1905 kwam Einstein tot een opvallende conclusie. Hij stelde vast dat het makkelijk was om de

    afname van de entropie te meten van monochromatische straling als die wordt samengeperst tot

    een klein subvolume. En dat leek verdacht veel op dezelfde entropie afname die optreedt bij een

    volumevermindering van een ideaal gas dat uit deeltjes bestaat

    Zijn hypothese was dat binnen de hoge frequenties straling zich thermodynamisch gedraagt alsof

    het uit wederzijds onafhankelijke energiekwanta bestaat met een grootte van kBf. (B = beta, een

    constante). Met andere woorden als lichtdeeltjes. Omdat B echter overeenkomt met de constante

    van Planck besloot hij die te elimineren en kwam alzo tot de conclusie dat de vergelijking voor de

    5 Zeer conservatief lid van de Pruisische academie, promoveerde in 1879.

    6 Constante van Planck genoemd. In 1901 werd die voor het eerst bekend gemaakt.

    Het is een zeer klein getal; h=0,000 000 000 000 000 000 000 000 006 626.

  • 61

    energie van straling gelijk is aan het aantal deeltjes maal de hoeveelheid HF (E=NHF) waaruit

    blijkt dat HF het kwantum van straling is. Wat betekent dat alle elektromagnetische stralen en

    lichtstralen zich in energiebundels ter grootte van HF voortplanten.

    Hierdoor kon hij het fenomeen van de elektronen emissie verklaren. Als we aannemen dat de

    lichtbundel uit energiekwanta (fotonen) bestaat ter grootte van HF, dan zullen die energiekwanta

    door de oppervlaktelaag van het metaal dringen. Hun energie wordt dan deels omgezet in

    kinetische energie van de elektronen, waarvan sommigen worden uitgezonden. We kunnen dus

    aannemen dat een lichtkwantum zijn volledige energie hf overdraagt aan het elektron dat op zijn

    beurt een deel van de energie verliest wanneer het de oppervlakte bereikt. Voordat het elektron de

    oppervlakte bereikt moet het een bepaalde arbeid P verrichten, afhankelijk van het soort metaal.

    De elektronen die zich het dichtst bij de oppervlakte bevinden zullen het metaal met de grootste

    snelheid verlaten omdat zij het minste energie nodig hebben om los te geraken. De kinetische

    energie is dan FH (de energie van het instralende foton) P (de arbeidsenergie nodig om los te

    komen). Als de plaat onder een spanning Vo moet worden gezet om de elektronenuitstraling

    volledig te stoppen dan is de elektronenlading q: QVo = HF-P

    De waarneming dat de elektronenenergie niet correleert met de lichtintensiteit kon worden

    verklaard, aangezien elke interactie tussen foton en elektron leidt tot een energieoverdracht van

    telkens dezelfde grootte. De stralingsintensiteit correspondeert met het aantal fotonen en daarmee

    met de omvang van de elektronenstroom, maar niet met de drempelwaarde Vo die door de

    frequentie wordt bepaald. Het volledig remmende potentiaal Vo is dus een lineaire functie van de

    frequentie van het invallend licht. Robert A. Millikan bewees dat in de periode tussen 1912 en

    1917, hoewel dik tegen zijn zin omdat hij een fervent aanhanger was van de klassieke fysica en

    eigenlijk wou bewijzen dat Einstein ongelijk had. De deeltje/golf dualiteit werd er eens te meer

    door duidelijk gesteld.

    In diezelfde periode kwam Einstein ook tot zijn beroemde relati